Vanuit een ziekenhuis in de regio wordt patiënt X, een 40-jarige vrouw, voor behandeling van AML doorgestuurd naar de afdeling hematologie van het meldende ziekenhuis. Het bloedtransfusielaboratorium ontvangt van het eerste ziekenhuis gegevens van pat X waaruit blijkt dat zij bekend is met anti-Fy(b). Wanneer het lab zelf de screening op irregulaire antistoffen van pat X verricht dan wordt een negatieve uitslag verkregen. Gezien de historische bevindingen elders wordt handmatig een positieve screeningsuitslag in het computersysteem ingevoerd, tevens wordt in het typeringsadvies aangegeven dat bloedproducten voor pat X negatief moeten zijn voor het Fy(b)-antigeen. In het Personal Medical Record (PMR) van pat X wordt eveneens het transfusieadvies toegevoegd. Men gaat ervan uit dat deze maatregelen voldoende zijn om te voorkomen dat voor pat X ongetypeerde of Fy(b) pos bloedproducten worden geselecteerd en dat hierdoor ook voor pat X altijd een lange kruisproef zal worden verricht.
Ongeveer 3 weken later wordt een EC voor pat X aangevraagd. De screening wordt herhaald en is opnieuw negatief. Er verschijnt geen signalering van het transfusieadvies. Een c, E en K neg bloedproduct waarvan de Fy(b)-typering onbekend is wordt geselecteerd en daarmee wordt een lange kruisproef verricht. Het EC wordt uitgegeven en toegediend.
Drie dagen later worden er opnieuw 2 EC’s voor pat X aangevraagd. De screening irras is weer negatief. De analist leest in het PMR het transfusieadvies voor pat X. Er worden eenheden getypeerd voor het Fy(a)-antigeen en vervolgens worden 2 Fy(a) neg EC’s geselecteerd en uitgegeven voor pat X. Beide EC’s worden toegediend.
Een week later heeft pat X opnieuw ery’s nodig. De screening is dan positief, er wordt anti-E en anti-Fy(b) geconstateerd. Er wordt een TRIP-melding nieuwe antistofvorming ingediend. Hierbij valt het de hemovigilantiemedewerker op dat er eenheden zijn toegediend die niet uitgetypeerd waren voor Fy(b).
De analyse van deze voorvallen levert een aantal conclusies op.
Het is denkbaar dat soortgelijke situaties vaker optreden en dat ondanks het feit dat de aanwezigheid van een antistof bij een patiënt bekend is in het bloedtransfusielaboratorium het computersysteem onvoldoende mogelijkheden biedt om een waarschuwingssignaal af te geven bij selectie van een (mogelijk) ongeschikt bloedproduct.
Op dinsdag 27 oktober 2026 zal Bureau TRIP weer een werkcollege organiseren (in Leiden) voor nieuwe hemovigilantiemedewerkers en -functionarissen, waarbij op interactieve wijze het TRIP meldsysteem verkend wordt en tips en tricks gegeven worden om alle functies optimaal te benutten. Mocht u als nieuwe (of al langer bekende hemovigilantiemedewerker of -functionaris) deel willen nemen aan […]
Sinds augustus 2026 zijn er op verschillende plekken in Nederland aanwijzingen gevonden dat het westnijlvirus rondgaat. Deze aanwijzingen komen uit diagnostiek bij mensen en paarden met klachten, wetenschappelijk onderzoek en screening door Sanquin en onderzoek bij vogels en gewone huissteekmuggen. Bekijk hier het laatste nieuws van het RIVM en ECDC (European Centre for Disease Prevention […]
Iedereen die werkt met humaan lichaamsmateriaal zal vanaf 7 augustus 2027 te maken krijgen met de SoHO verordening. In deze brieven wordt aangegeven wat u al in het najaar kunt doen ter voorbereiding op deze verordening. Brief voor erkenninghouders Algemene brief